MEDIAWERKGROEP SYRIE – 12 oktober 2012 – Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. Toen wij op deze nieuwsblog met de Mediawerkgroep Syrië schreven over de aanwezigheid van criminele bendes en terroristen en nadien buitenlandse huurlingen bij het conflict in Syrië, werd dit massaal ontkend door politici en journalisten van de traditionele media. Inmiddels is het een algemeen aanvaard gegeven dat de vreedzame protesten in Daraa in maart 2011 al dadelijk werden overgenomen door criminele bendes, die chaos en instabiliteit in Syrië bewerkstelligden.
Zelfs VRT-journalist Rudi Vranckx moet zich in allerlei bochten wringen om te erkennen dat al-Qaida maanden na het uitbreken van de onrust reeds actief was in Syrië. Dit terwijl hij dat feit een jaar lang ontkende tot in zijn recentste boek.
Het is eveneens opmerkelijk dat de Amerikaanse president Barack Obama de harde woorden over Syrië traditioneel overlaat aan zijn havik en minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton. Zijn raadgevers moeten immers toegeven dat er deze keer binnen de Democratische Partij meer stemmen opgaan voor vrede dan om een oorlog te beginnen tegen een zoveelste land. Obama is trouwens ‘de meest conservatieve president ooit, zodat we hem de naam Republikein moeten geven’ volgens Sam Smith, uitgever van Progressive Review.
Propaganda
De propaganda in de westerse media is bijzonder intens. Dag na dag en maand na maand worden we voorgelicht dat de Syrische regering verschrikkelijke aanvallen uitvoert tegen ongewapende burgers: zonder enig bewijs, zonder enige logica en telkens wanneer de regering verantwoordelijk werd gehouden voor een bepaalde aanval, bleek dit nadien het werk te zijn van rebellen. In mei verspreidde de BBC foto’s van massagraven in Irak, die moesten doorgaan voor een bloedbad aangericht door de Syrische overheid in Houla in Syrië. De omroep verontschuldigde zich later en zei dat deze foto’s aan hen waren bezorgd door een rebellengroep. Op 7 juni 2012 citeerde het Duitse leidinggevende dagblad Frankfurter Allgemeine Zeitung tegenstanders van Assad die vertelden dat het bloedbad in Houla het werk was van soennitische anti-Assad rebellen. De slachtoffers waren alawieten en sjiieten, minderheden waaronder grote aanhang is voor de Syrische president. Journalist Rainer Hermann meldt in hetzelfde artikel eveneens de oprichting van een fonds van 300 miljoen dollar door Syrische zakenlieden in Doha in Qatar om de gewapende rebellen te steunen.
Vergeten we ook niet de rol van de propagandazenders van Qatar en Saudi-Arabië: Al Jazeera en Al Arabiya. In een recenteen vaak herhaalde teaser (iets dat kijkers nieuwsgierig moet maken) toont Al Arabiya beelden over Syrië van een man met een gewond kind in de armen, die voor de camera schreeuwt: “Onze kinderen sterven door Iraanse fatwa’s!”
Wapens uit de Golfstaten
Eindelijk geeft The New York Times van 6 oktober 2012 ook toe dat Saudi-Arabië en Qatar al maanden geld en wapens overmaken aan de rebellen in Syrië. Wapenleveringen door Qatar die ook de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, op 2 oktober 2012 erkent in het programma Pauw en Witteman (3:44).
“Je kunt de rebellen kalasjnikovs geven, maar je kunt er het Syrische bestuur militair niet mee stoppen”, zei Khalid al-Attiyah, een staatsminister van Buitenlandse Zaken in Qatar. “Het verstrekken aan de rebellen van zwaardere wapens moet gebeuren”, voegde hij eraan toe. Saudi-Arabië en Qatar denken er aan om het aantal raketlanceerders dat in Syrië door de rebellen gebruikt wordt gevoelig op te drijven. De Verenigde Staten en de Verenigde Naties zullen daar nooit openlijk goedkeuring aan geven, maar Qatar leverde eerder al heimelijk wapens aan de rebellen in Syrië tot zelfs MILAN-raketten om tanks te vernietigen.
“De Saudische regering betaalt de lonen van vele gedeserteerde Syrische officieren en financiert medische hulp aan Syrische vluchtelingen”, schrijft Michael R. Gordon in The New York Times. Daarnaast is er privé-financiering door mensen in Koeweit en Qatar om de rebellen te steunen zoals er overal in de Golfstaten en de Verenigde Staten mogelijkheden bestaan om via internet geld over te maken aan de rebellen in Syrië en deze landen dit goedkeuren. Zelfs Pax Christi Nederland is niet vies aan steun voor gewapende rebellen onder het mom van ‘Adopt a Revolution‘ naar het voorbeeld van hun Duitse collega’s.
Bahia Hariri en salafistische scholen
In de Turkse grensstad Antakya is het intussen al lang geen taboe meer dat Saudische en Qatarese ‘onderhandelaars’ openlijk wapens uitdelen aan rebellen namens hun regering. De chef-leverancier is de Libanees Okab Saqr van de Toekomstpartij van Saad Harriri. Deze Libanese oppositiepartij heeft nauwe banden met Saudi-Arabië. Bahia Hariri, parlementslid uit Sidon en zuster van de vermoorde Libanees-Saudische zakenman en politicus Rafik Hariri, is een grote financier van de rebellen van het Vrije Syrische Leger. Ze zorgt als hoofd van een parlementaire onderwijscomissie in negen privé-scholen in Sidon voor de opleiding van 700 Syrische en Palestijns-Syrische studenten. De kosten worden volledig gedragen door Bahia Hariri en het Libanese ministerie van Onderwijs en het onderwijsprogramma werd geschreven door deze hevige tegenstander van de familie Assad.
5.000 andere Syrische vluchtelingen krijgen gratis onderwijs in zeven radicaal-islamitische Al-Iman Scholen in Tripoli, een thuisbasis van salafisten in Libanon. Dit bericht The Daily Star van 3 oktober 2012. Het is duidelijk de bedoeling om Palestijnse en Syrische jonge vluchtelingen zo om te scholen tot radicale islamisten. Het is een politiek gesteund door Saudi-Arabië, de Libanese Toekomstpartij en het Westen als tegengewicht voor de gematigde sjiieten en alawieten in de regio. Libanon is met name het volgende doelwit van imperialisten dat moet veranderen in een soennitisch bastion met nauwe banden met de Verenigde Staten en de Golfstaten.
Roep om militaire tussenkomst
Een van die Golfstaten, Qatar, dringt al geruime tijd aan op militaire tussenkomst door Arabische (soennitische) landen in Syrië. Tijdens een internationale conferentie in Tunesië op 24 februari 2012 herhaalde Sheikh Hamad bin Jassim al-Thani dit idee. Opposanten gaven toen toe dat het weinig moeite kost om de kilometers lange grens van Syrië te passeren met de munitie; ook omdat buurlanden meestal opzij kijken of zelf buitenlandse huurlingen opleiden.
Opleidingscentra rebellen in Turkije, Kosovo en Libië
Ex-werkneemster Sibel Edmonds van het Amerikaanse Federal Bureau of Investigation (FBI) zei op 9 december 2011 dat Amerikaanse en NAVO-troepen Syrische rebellen opleiden in het zuidoosten van de Turkse stad Hakkari. Verder voegde Edmonds eraan toe dat de Verenigde Staten betrokken zijn bij de wapensmokkel naar Syrië vanuit de militaire basis Incirlik in Turkije, naast het verlenen van financiële steun aan de Syrische rebellen.
Tijdens een bijeenkomst van de VN-veiligheidsraad op 7 maart 2012 maakte de Russische gezant, Vitaly Churkin, bekend dat Rusland over informatie beschikte dat met goedkeuring van de autoriteiten in Libië een speciaal trainingscentrum actief is in dat land. Dit centrum moet rebellen tegen de Syrische president Bashar al-Assad bijscholen. Op 14 mei 2012 drukte het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken haar bezorgdheid opnieuw uit. Deze keer over de opleiding van Syrische rebellen in Kosovo.
Amerikaanse dollars voor de rebellen
Hillary Clinton schreef op 28 september 2012 nog een cheque uit van 45 miljoen dollar aan de rebellen van het Vrije Syrische Leger. Dertig miljoen dollar moet gaan naar humanitaire zaken en 15 miljoen dollar moet worden voorzien voor de aankoop van radio’s, opleiding en technische hulp aan de gewapende oppositie. Washington had eerder haar hoop gezet op de Syrische Nationale Raad om tot een machtswissel in Syrië te komen, maar de mengelmoes aan buitenlandse opposanten van Assad bleek hopeloos verdeeld om ooit een overgangsregering te vormen. Dus wil de VS nu via rebellen op het terrein een machtswissel bewerkstelligen. 132 miljoen dollar trokken de Yankees al officieel voor Syrië uit dit jaar zonder de geheime fondsen van het Witte Huis, die eerder al werden geplunderd om Assad van de macht te verdrijven.
Malik Imran.

Niemand in de westers landen en US wil iets horen over de criminele bendes die in Syrië actief zijn. Iedereen is bezig om de imago van die terroristen te poetsen. Laat mar heer Imran, de machtige landen zullen het niet stoppen tot dat we het hier krijgen. Ik zie die dag komen.
Geplaatst door Al Anoud Fager Yakoub | 12 oktober 2012, 09:16