Nieuws

Tien maanden van onrust in Syrië


De Via Recta in de Syrische hoofdstad Damascus, die een cruciale rol speelde tijdens de bekering van Paulus, leidt onder meer naar de Chaldeeuwse Sint-Theresakerk, waar veel Iraakse christenen ’s zondags samenkomen. Om die reden wordt de kerk ook wel Klein Irak genoemd. (Foto: Arjay Empee.)

MEDIAWERKGROEP SYRIE – 30 november 2011 – De voorbije maanden schreef arabist Martin Janssen vanuit Damascus met regelmaat over de gebeurtenissen in Syrië. De Maastrichtenaar leerde in de Syrische hoofdstad de Arabische taal lezen en schrijven. Als journalist pendelt hij voortdurend tussen Damascus, Beiroet en Amman en schrijft hij tussendoor nog opiniestukken voor Nederlandse kranten en De Redactie van de VRT.

Wij maakten een overzicht van zijn meest opmerkelijke citaten tijdens de voorbije tien maanden over de onrust in de Levant.

23 april 2011:

De Tweede Wereldoorlog luidde de val in van de koloniale grootmachten Engeland en Frankrijk en de kaart van het Midden-Oosten werd opnieuw getekend. De Arabische wereld lijkt momenteel een onrustige overgangsfase door te maken, die uiteindelijk opnieuw zal resulteren in nieuwe politieke constellaties, waarvan de uitkomst nog niet te voorspellen is. Waarbij er echter ernstig rekening mee dient te worden gehouden dat dit nieuwe Midden-Oosten in wording wel eens veel islamitischer en gewelddadiger zou kunnen zijn dan in zijn oude constructie.

23 mei 2011:

De Syrische protestbeweging is kleinschalig. Dat komt omdat de meerderheid van de bevolking het voortbestaan van dit regime wil. Het Westen moet dat respecteren. Na de val van de Tunesische president Zine al-Abidine en zijn Egyptische collega Mubarak ontstond er in bepaalde kringen een spelletje ‘dictatortje wippen’ dat zich concentreerde op de vraag welk regime thans aan de beurt zou zijn. De hele wereld had ademloos het spektakel op het Tahrir-plein gevolgd en na het vertrek van de Egyptische president Mubarak heerste er een diep gevoel van tevredenheid in de lichtzinnige veronderstelling dat het laatste obstakel was weggenomen dat de invoering van democratie, waar het Egyptische volk zo naar hunkerde, in de weg stond. Nauwelijks enkele maanden later lijkt Egypte echter steeds meer in de greep van een snel om zich heen grijpende chaos en is de economie in elkaar gestort.

20 juli 2011:

De protesterende Arabische jongeren, die thans in vele landen de zittende regimes doen wankelen willen vooral economische en niet zozeer politieke hervormingen. Ze willen werk, dat hun uitzicht biedt op een hoopvolle toekomst en dat hen in staat zal stellen om te trouwen en een gezin te stichten. Dit laatste is heel belangrijk in Arabische samenlevingen waar iemand vaak pas voor vol en volwassen wordt aangezien nadat hij een gezin heeft gesticht. Het is verbonden met een persoonlijk gevoel van eer en zelfrespect. De rebellerende jongeren hebben veel minder politieke hervormingen op het oog die waarschijnlijk slechts zullen leiden tot een wisseling van de wacht, waarbij een nieuwe politieke elite de plaats van de oude garde inneemt.

8 augustus 2011:

Er zijn 1.500 slachtoffers gevallen onder burgers tot nu toe. Maar er zijn ook reeds bijna 700 Syrische soldaten en politieagenten vermoord. De politieagenten zijn vreselijk verminkt teruggevonden, niet zomaar doodgeschoten maar echt verminkt. Ik kan er niet omheen dat ik mezelf de vraag stel: hoe kan dat als het louter om vreedzame protesten gaat? Mensen houden van simpele zwart-wit patronen en de media ook. Een slecht regime versus vreedzame demonstranten. De waarheid is echter veel genuanceerder.

13 september 2011:

In het westen hebben verschillende leden van de Syrische oppositie zich opgeworpen als vertegenwoordigers en spreekbuis van het Syrische volk. Zij vormen waarschijnlijk de gesprekpartners van de Europese Unie. Het meest bizarre hierbij is echter dat ik nog nooit een Syriër heb ontmoet die ooit van hen heeft gehoord. Zelfs vrienden van wie ik vermoed dat ze niet erg enthousiast zijn over het Syrische regime hebben mij bevestigd dat ze geen enkel lid van de Syrische oppositie in het westen kennen terwijl deze nochtans pretendeert namens hen te spreken. Het is deze oppositie in het buitenland die er bij westerse regeringen voortdurend op aandringt om de economische sancties tegen Syrië te verscherpen.

13 september 2011:

Het ironische is dat ikzelf als buitenlander tot nu toe de enige lijk te zijn die door de westerse sancties is getroffen. Twee weken geleden wilde ik bij een pinautomaat wat geld opnemen maar tot mijn verbazing ving ik bij drie verschillende banken bot. Toen ik bij de laatste bank gefrustreerd naar binnen stapte kreeg ik van een medelijdende bankmedewerker te horen dat als gevolg van de westerse sancties buitenlandse bankpasjes niet meer werkten. Hij vroeg mij verbaasd of ik hierover niet was ingelicht door mijn ambassade zodat ik tijdig voldoende geld had kunnen opnemen. Ik moet hierover echter tot op heden nog worden ingelicht door de ambassade! Syrische vrienden hebben me geholpen met een oplossing voor dit urgente probleem conform het Syrische gezegde “als de voordeur niet werkt, gebruik dan de achterdeur”.

14 oktober 2011:

Politiek is vooral op verantwoorde wijze vooruitkijken. Vertaald naar de Syrische situatie betekent dit dat het gevaarlijk is alle krachten te bundelen om het huidige Syrische regime ten val te brengen zonder dat iemand een realistische toekomstvisie heeft voor de daaropvolgende periode. De Syrische oppositie zélf heeft de afgelopen maanden bewezen geen serieus alternatief te zijn. Het lijkt daarom raadzaam met betrekking tot Syrië behoedzaamheid te betrachten omdat de problemen en conflicten in het midden oosten zich momenteel in sneltempo opstapelen. Het is daarom ook in het belang van Europa totale chaos in Syrië te voorkomen.

6 november 2011:

De Arabische Golfstaten zijn bepaald geen lichtende voorbeelden wat de mensenrechten betreft. Ze worden geregeerd door soennitische monarchieën die vooral hun eigen sjiitische onderdanen wantrouwen die ze zien als een soort van vijfde kolonne van Iran. De angst van de Golfstaten voor Iran is een factor die in belangrijke mate hun buitenlandse politiek bepaalt en in deze context moet ook hun harde standpunt met betrekking tot Syrië worden gelezen. Het Syrische regime, dat wordt geïdentificeerd met de Alawitische minderheid in het land, is zoals bekend de belangrijkste Iraanse bondgenoot in de regio en met het ten val brengen van dit regime hopen de Arabische Golfstaten Iran een gevoelige klap toe te brengen. Dit streven wordt echter zorgvuldig gecamoufleerd door het te verpakken in uitspraken over noodzakelijke democratische hervormingen in Syrië hoewel de Arabische Golfstaten zélf wars zijn van elke democratische hervorming in eigen land.

21 november 2011:

Libië is een zandbak met nauwelijks zes miljoen inwoners dat werd geregeerd door een clown met een marionettenleger maar toch had de NAVO met haar superieure militaire macht acht volle maanden nodig om deze clown uiteindelijk in Sirte een rioleringspijp in te bombarderen. Ernstiger echter is het feit dat dit NAVO optreden een volkomen verkrachting was van resolutie 1973 van de Veiligheidsraad die slechts sprak over het instellen van een no-fly zone in Libië met de uitdrukkelijke bedoeling de Libische burgerbevolking te beschermen. De NAVO gaf echter haar geheel eigen interpretatie aan dit mandaat en besloot om het Libische regime ten val te brengen wat absoluut niet de intentie van resolutie 1973 was. Als gevolg van dit eigenmachtig optreden van de NAVO zijn landen als Rusland en China nu vastbesloten om een herhaling van dit scenario in Syrië te voorkomen.

27 november 2011:

In Harasta, dat zo’n tien kilometer buiten Damascus ligt, werd een uiterst gewelddadige aanval uitgevoerd op een gebouw van de veiligheidsdiensten door leden van de gewapende oppositie. Het lijkt de vrees te voeden dat de situatie in Syrië reeds lang het punt is gepasseerd dat er een “staakt het vuren” wordt afgeroepen waar de leden van de Arabische Liga op aandringen omdat een wapenstilstand altijd de instemming van beide zijden in een conflict nodig heeft. Een realistische inschatting van de situatie leert dat de gewapende Syrische oppositie, ingeval het regime inderdaad het leger zou terugtrekken uit bepaalde steden en dorpen, deze situatie zal uitbuiten om zich nog sneller en zwaarder te bewapenen en hierdoor haar eigen militaire positie te versterken in een mogelijke volgende strijdronde.

Martin Janssen.

Arabist.

* Link:

Martin Janssen: ex-Maastrichtenaar in de Arabische wereld

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Twitter

Archief

%d bloggers liken dit: