Nieuws

De levensloop van staatsvijand nummer één in Nederland: de Syriër al-Issa


1526525_598914590182196_1941256298_n

Volgens bronnen in Syrië vecht de staatsvijand nummer één van Nederland nu zij aan zij met de ‘Islamitische Staat van Irak en Sham’ (ISIS) tegen het Syrische nationale leger (SNL).

Opiniestuk en achtergrondinformatie door Chessy over de geestelijke leider van de Hofstadgroep

MEDIAWERKGROEP SYRIE – 28 februari 2014 – Hier spreekt de nummer één staatsvijand van Nederland, Mohamed Basel al-Issa.

Althans zo werd hij aangeduid in het internationale arrestatiebevel dat Nederland wereldwijd te laat heeft verstuurd. Mohamed Basel al-Issa kan worden gezien als de grondlegger van het jihadisme in de Benelux en de oprichter van de terroristische organisatie de Hofstadgroep, die hij oprichtte met zijn schoonzoon Mohammed C, welk een nog grotere rol had binnen de Hofstadgroep dan werd aangenomen. Volgens bronnen in Syrië vecht de staatsvijand nummer één van Nederland nu zij aan zij met de terreurorganisatie ‘Islamitische Staat van Irak en Sham’ (ISIS) tegen het bestuur van de Syrische president Bashar al-Assad.

Met deze letterlijke tekst probeerde hij jaren geleden asiel te krijgen in Nederland: “Ik heb niet zelf specifiek voor Nederland gekozen. De vrachtwagen waarin ik werd vervoerd bracht mij naar dit land. Ik ben op 7 juni 1998 vanuit mijn woning in Hama in Syrië vertrokken naar Bab el Hawa. Via de vaste wegen van onze smokkelaars zijn we op illegale wijze Turkije binnengekomen. In Izmir stond zoals gepland een vrachtwagen klaar die ons ging vervoeren. Daarmee ben ik na een reis van ongeveer zes dagen in de Nederlandse stad Rotterdam aangekomen. Aangekomen in Rotterdam, werd ik zoals afgesproken de auto uitgezet, waarna ik mij direct bij de politie heb gemeld.” 

Deze al-Issa geldt als de sheikh, inspirator en mentor van alle leden binnen de Hofstadgroep. Leden zoals zijn tweede man en schoonzoon, de terrorist Mohamed Chentouf, de terrorist Samir Azzouz, de terrorist Murat O, ook bekend als Ibrahim de Turk (Lees: Murat Ö alias Ibrahiem de Turk is dood) en de terrorist Mohammed Bouyeri, de moordenaar van de Nederlandse regisseur, programmamaker en presentator Theo van Gogh. Justitie verklaarde dat ze Mohammed Bouyeri zien als de aanvoerder en de ‘hersenspoeler’ van alle in Nederland gearresteerde terreurverdachten. Deze ‘onschuldige’ troetel-asielzoeker werd langdurig op zijn woord geloofd door de Nederlandse justitie, terwijl hij zich intussen bezighield met de radicalisering en de rekrutering van Nederlandse islamitische jongeren. Hij is de laatste voortvluchtige Hofstad-verdachte. 

In het asielzoekerscentrum aan de Stadionstrasse in Olsberg, dat hij als een hotel beschreef, ontving hij diverse malen de leden van het Hofstad-terreurnetwerk. Wat inhoudt dat de oprichting van het Hofstadgroep-netwerk door inmenging van een derde hand werd vergemakkelijkt en dat de Hofstadgroep, al jaren lang vóór de moord op Theo van Gogh, in het geheim was opgericht. De charismatische haatprediker hield meerdere malen lezingen in het bekende belhuis in Schiedam. Maar ook in de woningen van zijn schoonzoon en zijn rechterhand Mohammed Chentouf. De laatste lezingen die hij gaf waren in de woning van Theo van Goghs’ moordenaar, Mohammed Bouyeri.

Als de Syriër op 22 juni 1998 een asielverzoek indient, weet justitie nog niet dat deze ‘vluchteling’ schuil ging onder een waslijst aan namen, geboortedata en nationaliteiten. Zo is bij de Duitse justitie al sinds 1994 bekend dat hij meerdere namen gebruikte zoals Mohammed Basel al-Issa (Syrië, 25 oktober 1961), Mohammed Bassen al-Issar (Syrië, 16 juni 1959), Mohammed Radwan al-Issar (Syrië, 16 juni 1959), Mahmoud Saouan (Syrië, 2 februari 1961) en Maher Sawalha (uit Jordanië, 5 april 1961).

Aan het begin van zijn Nederlandse asielprocedure vertelt hij uitgebreid over zijn achtergrond en zijn beweegredenen voor een asielaanvraag. Hij beweert – zoals velen onterecht beweerden – dat hij Syrië zou zijn ontvlucht ‘om politieke redenen’. Hij beweerde dat de kernreden van zijn ontvluchting van Syrië de kwaadsprekerij van de overheid was, die hem beschuldigde lid te zijn van de extremistische Moslimbroederschap. Hij beweerde verder ook dat hij als gevolg van die beschuldigingen veertien jaar heeft vastgezeten.

Zijn problemen begonnen volgens hem op 10 februari 1983. “Mijn problemen met de staat  begonnen op 10 februari 1983.  Nadat ik ruzie kreeg met mijn kamergenoot aan de universiteit van Damascus, die een foto van de president van Syrië aan mijn kast ophing. Ik rukte die foto na een woordenwisseling van mijn kast af, waarna mijn kamergenoot mij aangaf bij de geheime dienst. Op diezelfde dag werd ik op de campus aangesproken door de militaire geheime dienst die mij meenam naar de militaire onderzoeksafdeling in Damascus. Daar ben ik twee maanden lang gemarteld en beledigt. Daar kreeg ik vragen over de gepleegde acties van de Moslimbroederschap tegen het bestuur. Ik heb toegegeven dat ik in het verleden bijeenkomsten heb bijgewoond van deze beweging, maar dat ik er geen onderdeel van uitmaakte. Na twee maanden werd ik overgedragen door de geheime dienst van Damascus aan de geheime dienst van Hama.” 

1456496_598914643515524_220422618_n

Soldaten van het SNL.

“Ik ben lang gevangen gehouden in een isoleercel, maar ik werd ook vaak gemarteld in de martelkamers van het complex. Ik werd vaak vernederd en geschopt en geslagen. Ik werd soms op een plank vastgebonden door middel van scharnieren waardoor ik beklemd kwam te zitten. Na intensief gemarteld te worden brachten ze me weer in een deken gerold over de grond en trokken me naar mijn cel.” 

“Ik was tijdens de martelingen vaak naakt en geblinddoekt waardoor ik nooit wist waar de klappen vandaan kwamen. Ook weet ik niet wie mij heeft geslagen. Helaas is het niet alleen maar gebleven bij de brute martelingen. Ze hebben mij meerdere malen verkracht met een stok, die ze in mijn achterwerk stopten. Soms ging dat gepaard met elektrische schokken in mijn achterwerk.”

“Hierdoor probeerden ze namen en de verblijfplaatsen van mij los te krijgen van de gezochte leden van het Moslimbroederschap. Als ik het wist, dan had ik dat zeker tegen hen gezegd. Maar ik kon ze niet verder helpen, want ik wist het gewoon niet.” Opmerkelijk overigens, omdat hij nergens littekens vertoonde. 

“Na vier maanden werd ik overgeplaatst naar de gevangenis in Tadmor (Palmyra). Daar moest ik in afwachting van mijn proces verblijven. Dit hele proces heeft zes jaar geduurd. Eenmaal voor rechtbank veroordeelde deze mij in 1988 tot tien jaar gevangenisstraf. Op 21 maart 1997 werd ik uiteindelijk vrijgelaten. Alleen moest ik me na vier dagen na mijn vrijlating weer melden bij de militaire veiligheidsdienst. Zij dwongen mij toen om alles te rapporteren waar zij geïnteresseerd in waren over mijn woongebied. Zij beloofde mij dat ze me weer gingen arresteren als ik dat niet deed. Na tientallen rapportages dreigde een bekende luitenant van de militaire veiligheidsdienst mij dat zij me weer zouden terugsturen naar de gevangenis. Met als opgegeven reden dat ik volgens hem niet goed had gerapporteerd. Dit is mijn reden waarom ik Syrië ben ontvlucht.” 

Hij verscheen in 1999 voor een ambtelijke commissie. Al-Issa werd toen bijgestaan door advocaat W. de Kleine. De commissie verhoorde hem intensief over zijn verleden maar vooral over zijn lidmaatschap van de Moslimbroederschap. Maar zoals altijd het geval is in dit soort zaken, ontkende hij echter actief te zijn geweest voor deze radicale organisatie.

Zijn advocaat verzocht om de hoogste verblijfsstatus vanwege het ‘dramatische’ verhaal van zijn cliënt. “Hij heeft veertien jaar gevangen gezeten, vanwege het simpele feit dat hij sympathie had voor de Moslimbroederschap. Door de verscheuring van de foto van president al-Assad werd hij beschuldigt van hoogverraad, werden al zijn burgerrechten ontnomen en werd hij hierdoor intensief gemarteld. Erger kan niemand overkomen en naar mijn mening is zijn aanvraag alleen te honoreren met een vluchtelingenstatus.” 

Maar zijn leugens komen de volgende dag aan het licht. Nadat Justitie ontdekt dat zijn vingerafdrukken ook bekend waren bij de Duitse immigratiedienst. Want hij bleek namelijk een volledige asielprocedure in Duitsland achter de rug te hebben die werd afgewezen. De Syriër moest Duitsland per direct verlaten. Als gevolg van zijn leugens werd zijn verzoek afgewezen en moest hij Nederland per direct verlaten.

De omvang van zijn leugens dringt verder door tot justitie. De vluchtelingenlijst van Amnesty International, waarop hij zou staan, bestaat niet. Nederland en Duitsland probeerden tevergeefs bij de Syrische autoriteiten de werkelijke identiteit van deze kameleon te achterhalen. De zelfgekroonde schriftgeleerde, die als student in de stenen- en rotsenleer aan de universiteit van Damascus ‘aardlagen en versteende dieren’ bestudeerde, is vooral hoogleraar in het verwisselen van gedaanten. Zo werd hij op de luchthaven van Frankfurt gepakt met een vervalst Nederlands paspoort. 

In Olsberg, tweehonderd kilometer van de Nederlandse grens, leek hij een onopvallende figuur. Maandelijks incasseerde hij zijn uitkering van 225 euro op het raadhuis. Hij werkte als klusjesman en was actief in het revalidatiecentrum. Zo nu en dan kwam het latere ‘religieuze boegbeeld’ met de Duitse politie in aanraking wegens handel in drugs, openbare dronkenschap en ordeverstoring.

Deze ‘sheikh’ kwam meermalen illegaal Nederland binnen en werd regelmatig bij Venlo weer over de grens gezet. Hij werd op 29 oktober 2003 gearresteerd in een belhuis – een winkel die telefoniediensten, vooral mobiele telefonie, aanbiedt en soms ook andere telecomdiensten – in Schiedam. Justitie verdacht hem van het voorbereiden van een terroristische aanslag samen met de gearresteerde Samir A. Deze verdenking kon justitie echter niet hardmaken, met als gevolg dat hij weer na twee weken door de vreemdelingendienst over de grens werd gezet. Uit justitiegegevens blijkt dat er nagelaten was om verdere toezicht te houden op zijn doen en laten, met als gevolg dat hij weer zonder moeite de grens kon oversteken en zijn indoctrinatie verder kon doorzetten, welk leidde tot de moord op Theo van Gogh en de creatie van het jihadisme in Nederland en België. Alle Nederlandse Syriëgangers waren op een of andere manier in contact met de Hofstadgroep of haar netwerk daaromheen. Maar nadat al-Issa Nederland ontvluchtte na de moord op Theo van Gogh, nam de Britse Anjem Choudary het van hem over.

Chessy.

.

Het door oorlogsgeweld vernielde antieke immigratie- en paspoortkantoor in Aleppo op 8 januari 2014. Terroristen dreigen er ook mee om de citadel van Aleppo op te blazen.

.

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Facebook

Twitter

Archief

%d bloggers op de volgende wijze: