Nieuws

De slag om de Qalamoun: van idealist tot terrorist


BjB9DrcIEAMbrmV

Een strijder van Hezbollah in de re regio Qalamoun op het platteland van Damascus.

Opiniestuk door Malik Imran

MEDIAWERKGROEP SYRIE – 28 maart 2014 – Op 15 november 2013 begon de slag om de Qalamoun. Het Syrische nationale leger (SNL), bijgestaan door vrijwilligers van de Libanese verzetsbeweging Hezbollah, besloot tot een eerste aanval op deze bergachtige woestijnstrook van 120 bij maximum 60 kilometer nabij de Libanese grens. Een front dat loopt vanaf al-Quseir tot Douma, een voorstad van Damascus.

Om al-Quseir te bevrijden van terroristen waren twee zware veldslagen vooraf gegaan: tussen februari en april 2012 en het offensief van 19 april tot 5 juni 2013. Ook deze maal sloeg men de handen in elkaar met Hezbollah om terroristen aan te pakken. De Libanese troepen bouwden een muur – 25 kilometer lang en 2,5 meter hoog – langs de Qalamoun vanaf de stad Arsal tot Ras Baalbek. Ook kwamen er loopgraven van anderhalve meter diep en vijf meter breed en wegversperringen om te verhinderen dat terreinwagens met bommen vervaardigd in plaatsen zoals Yabroud in Qalamoun konden toeslaan in Libanon. Een verdedigingsmuur tegen terroristen die dergelijke terreur evenwel niet volledig kon stoppen, maar het was een eerste stap. Zonder de steun van het Libanese leger en Hezbollah om langs hun kant de Libanees-Syrische grens te sluiten, zou een offensief tegen naar schatting 17.000 tot 30.000 terroristen in de Qalamoun geen enkele zin hebben.

In vergelijking met het front dat de Belgen dienden te verdedigen – slechts 28 kilometer (Nieuwpoort tot Fort de Knocke) – tijdens de Eerste Wereldoorlog, was de Qalamoun dus een veel groter gebied voor de strijdende partijen om in handen te krijgen. Geen loopgraven aan de Yzer, maar bergketens en woestijnland met diverse dorpen en grotere bewoonde gebieden. Maar vooral veel hinderlagen door de vele heuvels voor wie het zou wagen om dit rebellengebied, massaal voorzien van buitenlandse terroristen door infiltratie vanaf de Libanese grens, aan te vallen.

Qalamoun overlaten aan door het buitenland gesteunde huurlingen en lokale criminelen was echter geen alternatief. Het was een ‘Bab al-Kabir’, een grote poort om terroristen en wapens Syrië binnen te smokkelen tot aan de poorten van Damascus met als doel het seculiere bestuur van president Bashar al-Assad omver te werpen.

De strijd om de Qalamoun begon met luchtaanvallen op stellingen en schuilplaatsen van terroristen in Qara, een plaatsje gekend om het klooster van Mar Yacub, waar de Vlaamse norbertijn Daniël Maes de mannenvleugel en door de oorlogssituatie nu het hele klooster onder zijn hoede heeft. Een ruïne opgebouwd door de Palestijns-Libanese voormalige hippie, zuster Agnès-Mariam, die als één van de eerste niet-Syriërs vertelde wat er aan de hand was in het land. Ze stond bovenaan een zwarte lijst met doelwitten van terroristen en voor de veiligheid van het klooster pendelde ze tussen Beiroet, Damascus en andere steden, om de wereld kennis te geven van de door het buitenland in elkaar gestoken oorlog. Uit de zogenaamde ‘Libanese burgeroorlog’ leerde Moeder Agnès-Mariam dat buitenlandse machten diverse groeperingen tegen elkaar hadden opgezet om in de Levant een oorlog te voeren van 1975 tot 1990. Iedereen hoopte dat Syrië ditzelfde lot bespaard zou worden.

Evenwel gebruikte men dezelfde technieken – valse ooggetuigenverslagen, manipulatie van beelden, leugens en propaganda – om aan te tonen dat moslims werden onderdrukt door de Baathpartij en het Syrische bestuur. Men riep op om moslimbroeders te gaan beschermen tegen ‘een dictator en zijn troepen, die een heel moslimvolk aan het uitmoorden was’. Dezelfde propaganda om jihadisten van meer dan honderd landen naar Syrië te sturen vanaf maart 2011 werd eerder gebruikt door de katholieke kerk om te gaan strijden tijdens talrijke kruistochten in de middeleeuwen om de ‘christelijke belangen in het Midden-Oosten te beschermen tegen moslims’. Of om jonge Vlaamse kerels tijdens de Tweede Wereldoorlog als vrijwilligers in Duitse dienst te laten vechten tegen ‘het goddeloos bolsjewisme’.

Nu speelden bij die Oostfronters ook andere motieven mee zoals het avontuur, het geloof in nationaal-socialistische ‘idealen’, de overtuiging dat nazi-Duitsland de toekomst van Vlaanderen/Dietsland zou bepalen, de godsdienst, roem, sociale druk van bewegingen en familieleden die actief waren in de collaboratie met nazi-Duitsland, kameraden die dezelfde keuze maakten, enz. Dezelfde ‘vrijheid’ die kruisvaarders door hun bloedige tochten trachtten te brengen in het Midden-Oosten in de middeleeuwen, is gelijklopend met de ‘vrijheid’ die Oostfronters trachtten te geven aan het Vlaamse volk en de ‘vrijheid’ die terroristen trachten te geven aan moslimbroeders in Syrië. Dezelfde hersenspoeling vindt telkens opnieuw plaats met een denkbeeldige vijand en een propaganda van onderdrukking van een groep waar men religieus of etnisch zich mee kan identificeren. Dat de geschiedenis nadien uitwees dat die onderdrukking best meeviel en vooral misbruikt werd om (overwegend) jonge mannen naar een oorlog te lokken, waar ze weinig verloren hadden, is een jammerlijke vaststelling nadien.

Honderdduizenden jongeren stierven aan talrijke fronten. Vaak werd gevochten om slechts enkele kilometers of meters terreinwinst, die de dag nadien opnieuw ongedaan werden gemaakt. Zoals bij de achtjarige oorlog tussen Irak en Iran (1980-1988), waarbij het Westen beide landen militair steunden in een uitputtingsslag, waarbij alleen de wapenlobby beter werd. En Israël dat in tussentijd zijn apartheids- en bezettingspolitiek tegen het Palestijnse volk ongemoeid kon verderzetten terwijl bondgenoten van de Palestijnen een onderlinge strijd voerden.

Het idealisme waarmee tienduizenden jihadisten naar Syrië trokken verschilt in niets van huurlingen in andere gewapende conflicten. Het idealisme om te strijden voor ‘de goede zaak’ en de ‘broeders in nood’ veranderde echter al snel in een meedogenloze terreur tegen een kunstmatige vijand en het verliezen van elke realiteit. Een hersenspoeling die zowel mentaal als met verslavende substanties in stand wordt gehouden, om de tegenpartij te zien als minderwaardig en de meest gruwelijke barbaarse daden te verrichten tegen elkeen die de zogenaamde ‘goede zaak’ in de weg zou staan.

Ook in de Qalamoun zagen we jihadisten alsmaar radicaliseren tot nietsontziende terroristen, die voor hun zogenaamde ‘nobele zaak’ alles over hadden: plunderingen, diefstallen, moorden, verkrachtingen, bloedbaden, folteringen, vernielingen van eigendommen, vernietiging van historische en religieuze monumenten, onthoofdingen, enz. Het Syrische nationale leger (SNL) en Hezbollah moesten in actie komen om de Syrische bevolking aldaar te ontzetten uit de kluwen van deze tot terrorist gehersenspoelde idealisten. Een bloedbad onder zowel deze terroristen als de verdedigers van het Syrische volk was onvermijdelijk.

.

BjBu7u5CcAAmnoM

Soldaten van het Syrische nationale leger (SNL).

.

Malik Imran.

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Facebook

Twitter

Archief

%d bloggers op de volgende wijze: