Nieuws

Het Amerikaanse / westerse beleid in Syrië is vastgelopen


Foto: flickr.com/watchsmart

Foto: flickr.com/watchsmart

Opiniestuk door Sietse Bosgra voor deInternationale Spectator, april 2014 Conflict en Fragiele StatenArtikelen

Mede door het conflict met Rusland rond de Krim hebben belangwekkende ontwikkelingen rond de oorlog in Syrië in de berichtgeving weinig aandacht gekregen. Ondanks grootscheepse westerse en Arabische steun aan de opstandelingen, moet het Westen na drie jaar bloedige oorlog erkennen dat het leger van president Assad niet is verslagen, maar aan de winnende hand is en dat het westers beleid op alle fronten is vastgelopen.

Het is nu duidelijk dat de opbouw van een Syrische verzetsbeweging, die de strijd met het leger van Assad moest aanbinden, op een mislukking is uitgelopen. Het gewapend verzet is uiteengevallen in honderden groepen, die niet alleen tegen het Syrische leger strijden, maar die ook in onderlinge oorlogen verwikkeld zijn. Bovendien blokkeert de Amerikaanse regering de levering van zwaardere wapens aan het verzet, omdat ze vreest dat anders bijvoorbeeld raketten waarmee vliegtuigen neergehaald kunnen worden in handen van al-Qaida komen.

Politieke proces zit vast

Maar niet alleen de gewapende strijd, ook het politieke proces is vastgelopen. Lange tijd werd gehoopt dat onderhandelingen tussen de Syrische regering en het verzet tot beëindiging van de oorlog en een vertrek van president Assad zouden leiden, maar de besprekingen in Genève zijn afgebroken zonder enig resultaat en zullen voorlopig niet worden hervat. Verdere besprekingen zijn ook zinloos zolang er geen stabiele en eensgezinde oppositie is die afspraken kan maken en nakomen. Inmiddels is het dodental door de oorlog opgelopen tot 150.000, waarvan bijna de helft burgers.

Daarbij komt dat met Assad is overeengekomen dat hij zorg draagt voor de verscheping van zijn chemische wapens. Met deze afspraak heeft het Westen aanvaard dat de regering-Assad in elk geval tot juni aan de macht blijft. Maar in diezelfde maand zijn de volgende presidentsverkiezingen voor een nieuwe zevenjaarstermijn gepland, en Assad rekent erop dat die verkiezingen doorgaan. Omdat de kans minimaal is dat de oppositie met een gezamenlijke en landelijk bekende tegenkandidaat komt, zal Assad die verkiezingen winnen. Alleen Rusland zou Assad mogelijk nog van nieuwe presidentsverkiezingen op 3 juni af kunnen brengen, maar mede door het conflict rond de Krim is het onwaarschijnlijk dat Moskou zich hiervoor zal willen inzetten.

Alles wijst erop dat bij een groot deel van de Syrische bevolking, die bij het begin van de opstand in 2011 het verzet tegen de regering-Assad nog steunde, de liefde voor de opstandelingen nu is bekoeld door de onderlinge verdeeldheid en de grote invloed van de extremistische islamieten binnen het gewapend verzet. Vooral een groot deel van de stedelijke bevolking (56% van de totale bevolking) voelt vanouds weinig sympathie voor de inwoners van de landelijke gebieden en hun oorlogen; zij zullen veelal voor een nieuwe ambtstermijn van Assad stemmen.

Opvallend is dat de website van de oppositie, all4syria, meldde dat in maart 2014 zes oppositieleiders die in ballingschap leefden naar Syrië zijn teruggekeerd en dat 140 een aanvraag voor terugkeer hebben ingediend.[I]

Vechten tegen Assad of samen optrekken met Assad

De Amerikaanse regering heeft aan het begin van de oorlog al laten weten dat, na het verdrijven van de regering-Assad, zowel de Syrische krijgsmacht als het Syrisch bestuursapparaat met zijn honderdduizenden ambtenaren in stand moeten worden gehouden. Tijdens de oorlog in Irak had president Bush het Iraakse leger en bestuur ontbonden, waarna veel van de ontslagen personen zich bij het verzet aansloten. Door de voorgaande oorlog komen nog steeds jaarlijks duizenden Iraakse burgers om het leven.

Maar langzaam groeit in Amerika het inzicht dat misschien ook het Assad-bewind gehandhaafd moet worden, omdat de tienduizenden extremistische islamitische strijders in Syrië een groter gevaar voor de westerse wereld vormen dan het regime-Assad. De Wall Street Journal vatte deze groeiende twijfel in november 2012 al samen in een redactioneel artikel onder de opvallende kop ‘Het voortbestaan van Assad is misschien niet het slechtste scenario voor Syrië’.[II]

Op een bijeenkomst van de organisatie van westerse landen die de oorlog tegen Assad steunen (de zogenaamde Friends of Syria), 13 december vorig jaar in Londen, kregen de vertegenwoordigers van het Syrisch gewapend verzet voor het eerst te horen dat het westen Assad nodig heeft. Een vooraanstaand lid van de Syrische oppositie verklaarde tegenover het persbureau Reuters: “Onze westerse vrienden maakten duidelijk dat Assad niet mag vertrekken omdat dat zou leiden tot chaos en een islamitisch militante machtsovername. President Assad moet blijven om te voorkomen dat met al-Qaida verbonden organisaties de overhand krijgen en Syrië tot een wereldcentrum voor de jihad maken.” [III]

In het gepolariseerde politieke klimaat in de Verenigde Staten is het voor president Obama moeilijk zich zo duidelijk uit te spreken. Maar in de media spreken steeds meer vooraanstaande Amerikaanse politici, zoals oud-ambassadeur Ryan Crocker, openlijk hun steun uit voor het aanblijven van Assad. Het voormalig hoofd van de CIA, Michael Hayden, verklaarde dat beëindiging van de oorlog met een overwinning voor Assad “de beste optie” is. Ook de Duitse minister van buitenlandse zaken Steinmeier riep in februari de Syrische oppositieleider Toumeh op om Assad gedurende een korte overgangsperiode als president te accepteren. Ondertussen hebben ook Assad en de Russische minister van buitenlandse zaken Lavrov publiekelijk hun steun uitgesproken voor een gezamenlijk optreden van de Syrische regering en de oppositie tegen de islamisten. [IV]

Op een besloten bijeenkomst met 15 leden van het Amerikaanse Congres eind januari verklaarde de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Kerry dat “de dreiging van al-Qaida in Syrië reëel is en dat het uit de hand loopt.” Na afloop verklaarde senator Lindsey Graham tegenover de aanwezige verslaggevers: “Hij sprak openlijk over steun aan de rebellen en over het vormen van een coalitie tegenover al-Qaida omdat die een directe bedreiging vormt.” Een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken verklaarde later dat Graham en andere leden van het Congres de verklaring van Kerry verdraaid zouden hebben. [V]

Opvallend is dat de Britse, Duitse, Franse, Spaanse, Italiaanse en Belgische veiligheidsdiensten al geruime tijd in alle stilte met de Syrische regering samenwerken bij de strijd tegen de islamitische radicalen. De Syrische staatssecretaris voor buitenlandse zaken, Faisal al-Miqdad, heeft berichten in de media bevestigd dat vertegenwoordigers van Europese regeringen en inlichtingendiensten sinds de zomer van 2013 regelmatig naar Syrië komen om met het hoofd van de Syrische geheime dienst, generaal Ali Manluk, en met vertegenwoordigers van de Syrische regering te overleggen. Doel is niet alleen de jihadistische organisaties en personen in Syrië in kaart te brengen, maar er wordt ook overlegd over technieken om het terrorisme te bestrijden. [VI]

Een nieuw oorlogsfront vanuit Jordanië

Het antwoord van de Amerikaanse regering op het oprukken van de al-Qaida-jihadisten in Syrië lijkt te bestaan uit het vanuit Jordanië openen van een nieuw oorlogsfront zonder jihadisten in het zuiden van Syrië. Washington heeft blijkbaar het noordelijke front, dat vanuit Turkije door Qatar en Saoedi-Arabië wordt bevoorraad, opgegeven, omdat hier talloze onderlinge oorlogen tussen de jihadisten en andere takken van het verzet worden uitgevochten. Een keerpunt voor Washington was de verovering en plundering op 7 december 2013 van een enorme opslagplaats van Amerikaanse wapens, voertuigen, enzovoorts, gelegen op de Turks-Syrische grens, door de jihadisten zonder dat daarbij een schot werd gelost. Het was tevens het hoofdkwartier van het Vrije Syrische Leger. De commandant van dat leger, generaal Idriss, wist te ontsnappen en vluchtte hals over kop naar Qatar; hij werd onlangs door het Syrische verzet afgezet.

De opbouw van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Jordanië begon in de zomer van 2013. Na afloop van militaire oefeningen met het Jordaanse leger bleven drie eenheden Patriot-raketten, een eenheid F-16’s en 700 Amerikaanse militairen in Jordanië achter. Die begonnen met een heimelijk programma om het Syrische verzet op te leiden. De staf bestaat thans uit 273 Amerikaanse CIA-officieren, officieren uit elf West-Europese en Arabische landen en Israëlische commando’s. [VII] De operatie wordt geleid vanuit een gezamenlijk Military Operations Command (MOC) in het hoofdkwartier van de beruchte Jordaanse geheime dienst Mokhabarat. Het plan is elke twee maanden duizend strijders op te leiden en naar Syrië te sturen. Maar volgens westerse inlichtingendiensten liep de eerste eenheid van duizend soennitische strijders die de strijd met het leger van Assad aan moesten gaan, eind 2013 vlak bij de Jordaans-Syrische grens al in een hinderlaag van islamitische milities. Op 15 februari gebeurde hetzelfde met een tweede groep van 500 man, die ook al bij de grens in de pan werd gehakt; nu niet door het Syrische leger, maar door de islamieten.

Kleine stapjes in de richting van verzoening?

Terwijl de Amerikanen proberen de oorlog in het zuiden van Syrië op te voeren, slaagde de Syrische regering erin om in hetzelfde gebied klein stapjes in de richting van een vredesregeling te zetten. In het kader van het regeringsprogramma voor nationale verzoening werden begin dit jaar in diverse steden of stadswijken rond de hoofdstad Damascus lokale wapenstilstanden gesloten tussen de Syrische regering en de plaatselijke rebellen. In de meeste gevallen werd daarbij overeengekomen dat het gebied in handen van de rebellen blijft en dat de rebellen hun (lichte) wapens mogen behouden. In sommige gevallen moesten buitenlandse strijders het gebied verlaten, in andere werden gevangenen door de regering vrijgelaten. In alle gevallen kwam weer voedsel en medische hulp voor de bevolking beschikbaar. Deze plaatselijke akkoorden kunnen ertoe bijdragen dat het onderling vertrouwen tussen regering en opstandelingen langzaam wordt opgebouwd, zodat een vredesregeling mogelijk wordt.

Saoedi-Arabië vreest Syrië-gangers

Koning Abdullah van Saoedi-Arabië heeft op 3 februari jl. plotseling een decreet uitgevaardigd waardoor onderdanen tot drie tot twintig jaar gevangenisstraf zullen worden veroordeeld als ze zich aansluiten bij dan wel morele of materiële steun bieden aan buitenlandse organisaties die worden geclassificeerd als terroristisch of extremistisch Dit koninklijk decreet betekent in feite dat de naar schatting 2.000 goed opgeleide en ervaren Saoedische al-Qaida-strijders in Syrië in de toekomst niet naar Saoedi-Arabië terug kunnen keren, maar in het buitenland zullen moeten blijven. Het Saoedische koningshuis vreest dat de Saoedische jihadisten zich na terugkeer tegen het koningshuis zullen keren. Het land had slechte ervaringen met zijn steun indertijd aan de taliban en al-Qaida in Pakistan/Afghanistan. Toen de Saoedische deelnemers aan die strijd naar hun land terugkeerden, begonnen ze van 2004 tot 2006 een bloedige oorlog tegen het Saoedische regime.

Oplopende spanning tussen Saoedi-Arabië en Qatar

De Syrische gewapende oppositie is sinds haar oprichting voor haar wapens en voor financiële steun afhankelijk van twee rijke Arabische landen: Saoedi Arabië en Qatar. Terwijl Saoedi-Arabië de jihadistische extremisten in het Syrisch verzet steunt, gaat de steun van Qatar (en van Syriës buurland Turkije) vooral uit naar individuen en gewapende groepen die verbonden zijn met de Moslim Broederschap. Het gevolg van deze tegenstelling was een voortdurende machtsstrijd binnen de Syrische gewapende oppositie die de organisatie verlamde. Op 4maart jl. kwam het tot een totale breuk tussen Saoedi-Arabië en Qatar, toen de regering van Saoedi-Arabië (samen met de kleine oliestaten Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten) plotseling hun ambassadeur uit Qatar terugriepen. Bovendien dreigt Saoedi-Arabië met een totale blokkade van Qatar via de lucht, over land en over zee als Qatar zijn banden met de Syrische (en Egyptische) Moslimbroeders niet zal verbreken. Deze strijd zal de door het Westen erkende Syrische gewapende verzetsbeweging ongetwijfeld nog verder ontwrichten.

Waarom pakt Washington Syrië aan en niet Saudi-Arabië?

Men kan zich afvragen waarom de Verenigde Staten en de andere westerse landen aansturen op verdrijving van het dictatoriale regime in Syrië in plaats van het totalitaire regime in Saoedi-Arabië aan te pakken. In de periode voordat in Syrië in 2011 de oorlog begon, liepen schattingen over het aantal politieke gevangenen aldaar uiteen van 1.500 tot 4.500. Terwijl Saoedi-Arabië ongeveer evenveel inwoners telt als Syrië, wordt het aantal politieke gevangenen daar al jaren op 30.000 tot 44.000 geschat, maar liefst tien maal zoveel als in Syrië. Tekenend voor het Saoedische regime is een in 2013 uitgelekt document. Daaruit bleek dat de Saoedische regering aan 2.039 gevangenen die in afwachting waren van de voltrekking van hun doodstraf via onthoofding, vrijlating had aangeboden mits zij naar Syrië zouden gaan om daar aan de jihad deel te nemen. Tekenend voor Saoedi-Arabië is ook dat de door de regering aangestelde hoogste geestelijke leider, Grand Mufti Sheikh Abdulaziz Al al-Shaikh, zowel op 14 maart 2012 als in september 2013 in een fatwa opriep tot vernietiging van alle christelijke kerken op het hele Arabische schiereiland. In Syrië hebben christenen dezelfde rechten als alle andere Syriërs!!

 

Sietse Bosgra was jarenlang actief betrokken bij de ondersteuning van de anti-apartheidsstrijd in Zuid-Afrika. Thans richt hij zich op de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten, in het bijzonder de oorlog in Syrië.

 Noten [I] Bron: Carnegy Endowment for International Peace, 10 april 2014. [II] Wall Street Journal, 19 november 2012. [III] Reuters, 19 december 2013. [IV] The Moscow Times, 28 januari 2014. [V] Reuters, 7 februari 2014. [VI] Press TV, 30 november 2013. [VII] Wall Street Journal, 14 februari 2014.

Reacties

Een gedachte over “Het Amerikaanse / westerse beleid in Syrië is vastgelopen

  1. ja, de hypocrisie in het islamitische Saoedi Arabië en de hypocriete houding van US tegenover Saoedi Arabië is niet te filmen. De US heult met SA terwijl daar juist de fundamentele antiwesterse islamistische stromingen vandaan komen. Olie,olie en nog eens olie.

    Geplaatst door badgast | 16 mei 2014, 06:53

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Facebook

Twitter

Archief

%d bloggers op de volgende wijze: