Nieuws

Irakbeleid van Washington: bepalend in opkomst van de Islamitische Staat


Destinations_Header_Washington-1

SHEKER KHAN – 30 november 2014 – Onlangs liet de vice-president van de Verenigde Staten, Joe Biden, zich kritisch uit over de Turkse, Qatarese en Saoedische steun aan de Islamitische Staat (Daesh, IS en eerder ISIL). Volgens Biden hebben deze drie landen de Islamitische staat groot gemaakt. Wat de vice-president echter vergat te vermelden is de rol van zijn eigen administratie. Een kijk in de post-2003 geschiedenis van Irak laat zien dat ook Washington heeft bijgedragen aan de groei van de Islamitische Staat.

Verdeel en heers
De Verenigde Staten leidde de inval op Irak (2003) in; en dit kan als een primaire oorzaak gezien worden van een reeks desastreuze beleidsmaatregelen, die zouden volgen. De invasie creëerde de voorwaarden voor de opkomst van de voorloper van IS. Onder Saddam Hoessein werden takfiri-terroristen (moslims die andersgelovigen als heidenen verklaren) niet getolereerd. Het wegvallen van Saddams’ regime en de beslissing om het Iraakse leger te ontmantelen bracht daar verandering in. Hierdoor ontstond een vacuüm, met als gevolg dat de Islamitische Staat (eerder: al-Qaida’s tak in Irak) hier is ingedoken.

Het ontmantelen van het Iraakse leger en het verdrijven van alle Ba’ath-partijleden, die tot 2003 de macht hadden, gebeurde onder leiding van Paul Bremer. In 2003 ontsloeg hij als bestuurder van Irak alle 250.000 personeelsleden, waarvan een aanzienlijk deel gelieerd was aan de Ba’ath-partij. “[I]t was the day we made a quarter of a million enemies in Iraq”, aldus een anonieme bron binnen het Witte Huis. Het is daarom misschien niet verrassend dat een aantal van deze ontslagen Ba’ath-officieren deel zouden uitmaken van takfiri milities.

Daarnaast droeg de door de VS opgestelde constitutie bij aan de polarisatie en verdeeldheid in Irak. In de nieuwe grondwet werden Irakezen aangemoedigd om op basis van hun achtergrond te stemmen. Sektarisme, verdeeldheid en animositeit tussen verschillende bevolkingsgroepen, werd als gevolg hiervan geïnstitutionaliseerd. Raed Jarrar, Iraakse activist van zowel soennitische als sjiitische afkomst, zegt dat het opleggen van een politieke identiteit destructief uitpakte voor de al fragiele Iraakse maatschappij. Volgens Sami Ramadani, Iraakse socioloog gevestigd in London en gevlucht voor Saddams’ regime, was dit ook de intentie. Washingtons’ beleid was gericht op het promoten van conflict tussen soennieten, sjiieten en Koerden. Dit beleid was volgens Ramadani in feite verdeel en heersbeleid en creëerde een klimaat waar IS van heeft kunnen profiteren.

De Salvadoraanse Optie in Irak
De bezettende machten – de Verenigde Staten en Groot-Brittannië – waren impopulair onder de Iraakse bevolking, en stonden na inval tegenover een gezamenlijke rebellie van soennieten en sjiieten. Dit legde immense druk op de bezetters (in 2004 werd een gemiddelde van 50 gesneuvelde soldaten per maand geconstateerd). De Salvadoraanse Optie kwam in beeld; om enigszins de soennitische en sjiitische rebellie tegen Noord-Amerikaanse en Britse soldaten in te dammen.

De Salvadoraanse Optie kent haar oorsprong in het Centraal-Amerikaanse land El Salvador. De Noord-Amerikaanse kolonel, James Steele, was in de jaren tachtig verantwoordelijk voor het opleiden van speciale commando-eenheden, waaronder ook extreem-rechtse doodseskaders. Zij maakten jacht op iedereen die zich uitsprak tegen de zittende regeringsmacht in El Salvador, die destijds door westerse grootmachten werd gesteund. Deze groepen waren verantwoordelijk voor 75.000 doden en een grootschalige vluchtelingenstroom (1/6 deel van de totale bevolking). De ‘kruisiging van El Salvador’, zo werd deze gebeurtenis omschreven door Noam Chomsky.

Uit onderzoek van de Britse krant The Guardian bleek dat de inmiddels gepensioneerde Steele voor eenzelfde doel was aangetrokken in Irak. Dit werd evident na zijn aanstelling in 2004. Het aantal buitengerechtelijke executies en bomaanslagen namen explosief toe. Aanvankelijk werden milities, die aan regeringen waren gelieerd, zoals de Badr Brigades en Mahdi leger, aansprakelijk gesteld voor de gruweldaden. Echter, zo laat politieke analist Max Fuller zien, waren genoemde milities destijds niet verantwoordelijk voor de meeste misdaden. Volgens Fuller waren voornamelijk speciale commandotroepen, zoals de beruchte Wolf Brigade, schuldig hieraan. De Wolf Brigade stond onder leiding van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit legt het verband bloot met de eerder genoemde Noord-Amerikaanse veteraan James Steele (die was aangetrokken voor de Salvadoraanse Optie in Irak).

De door Steele opgeleide moordbrigades werden – net als in El Salvador – in eerste instantie ingezet om oppositieleden, die zich kritisch uitlieten over de bezetting, te liquideren. Deze gruwelheden gingen gepaard met het zaaien van verdeeldheid. Moordbrigades zoals de notoire Wolf Brigade maakten vooral soennieten doelwit van buitengerechtelijke executies. De misdrijven werden in verband gebracht met milities, die een connectie hadden met de regering: zoals het Mahdi-leger van verzetsleider Muqtada al-Sadr. Hierdoor namen de interreligieuze spanningen toe.

Een niet te verwaarlozen detail volgens politieke analist Max Fuller, is dat de speciale commandotroepen zelf niet sektarisch waren. Echter was het zaaien daarvan wel hun doel. Met andere woorden: de door Steele opgeleide moordbrigades werden ingezet om de Iraakse samenleving te verdelen. Dit gebeurde ook. De soennitische bevolking vervreemde zich in toenemende mate van de sjiitische meerderheid; deze ontwikkeling droeg bij aan de opkomende sektarische burgeroorlog van 2006-07.

Washingtons’ Irakbeleid was gericht op het zaaien van verdeeldheid tussen verschillende Iraakse bevolkingsgroepen. Ook stuurde ze aan tot een burgeroorlog door, net als in El Salvador, (sektarische) moordbrigades te steunen.

Zarqawi en de burgeroorlog
Abu Musab az-Zarqawi‘s moordbrigade stond na 2004 bekend als Al-Qaida in Irak (AQI). De extreem soennitische terreurgroep, later actief onder de naam de Islamitische Staat/Daesh, leverde een aanzienlijke bijdrage aan het sektarisme. Er ging destijds geen bom af of de naam Zarqawi dook al op. Het is echter niet met zekerheid te stellen of de inmiddels overleden Daesh-leider daadwerkelijk zo bepalend was.

Zo plaatsen deskundigen hun vraagtekens bij de capaciteiten van Zarqawi. Volgens Chussodovsky, verbonden aan de Universiteit van Ottawa, droeg de VS zelfs bij aan het vergroten van zijn imago. Ook concludeerde embedded journalist Dahr Jamail dat het vermogen van de oprichter van de IS hevig overschat werd.

Zarqawi’s opgeblazen imago was volgens The Washington Post waarschijnlijk het gevolg van een propagandacampagne van het Pentagon. De Noord-Amerikaanse krant kwam in handen van militaire documenten, waaruit bleek dat Zarqawi’s rol met intentie vergroot werd. Het doel hiervan was het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen.

Daarnaast plaatsen incidenten zoals in Basra (2005) de rol van de bezettende machten in een ander perspectief. In 2005 werden twee Britse elitesoldaten, vermomd als Arabieren, in de Zuid-Iraakse plaats Basra opgepakt in een auto vol met explosieven. Volgens Iraakse officials waren de opgepakte militairen van plan om de bom in een sjiitisch gedomineerde buurt af te laten gaan om de interreligieuze spanningen te verscherpen. Ondanks pogingen van zowel sjiitische als soennitische leiders om dit te voorkomen, was de sektarische oorlog een realiteit op 22 februari 2006. Op die dag bliezen (vermoedelijk) takfiri-terreurgroepen een heiligdom van sjiieten op in Samarra.

Herwijziging
Na twee bloedige jaren kwamen soennitische groepen uiteindelijk in opstand (ook bekend als de Sahwa) tegen al-Qaida’s tak in Irak. In samenwerking met de Verenigde Staten verdreven religieuze en tribale leiders de takfiri moordbrigades naar gebieden rondom het noordelijk gelegen Mosul. Deze aanpak bleef effectief aangezien AQI – na 2006 de Islamitische Staat in Irak – operationeel vrijwel inactief werd.

De samenwerking tussen de Verenigde Staten en lokaal soennitische milities bleek succesvol te zijn, maar had volgens The New York Times ook een keerzijde. De Verenigde Staten leverde wapens aan soennitische milities. Echter kwam een deel van deze wapens uiteindelijk terecht bij takfiri-terreurgroepen en stuurde Washington zo aan tot een toekomstige burgeroorlog.

Volgens onderzoeksjournalist, Seymour Hersh, was dit ook de intentie. In een onthullend onderzoek uit 2007 constateerde de Pulitzer Prijs winnaar dat het Witte Huis steun gaf aan: “Sunni extremist groups that (…) are hostile to America and sympathetic to Al Qaeda.” Dit maakte onderdeel uit van het nieuwe beleid om Iran en haar bondgenoten als Assad, Iraakse verzetsleiders en Hezbollah te ondermijnen. Deze vier partijen zijn allen ook vijanden van de Islamitische Staat. Wellicht dat omwille hiervan de groep haar naam heeft veranderd (2013) in de ‘Islamitische Staat in Irak en de Levant’.

Terugkeer van IS
De herleving van de IS wordt door The Times of India in verband gebracht met de gevangenissen van de Verenigde Staten in Irak en de oorlog in Syrië.

De Noord-Amerikaanse gevangenissen in Irak werden door (in gevangen genomen) takfiri-leiders gebruikt als een rekruteringsgrond voor nieuwe strijders. Volgens de Libanese al-Akhbar hebben de meeste Daesh-commandanten, waaronder de huidige leider Abu Bakr al-Baghdadi, hun tijd doorgebracht in Kamp Bucca. Ooggetuigen melden dat de takfiri-leiders vrijuit les konden geven in onder andere het plegen van zelfmoordaanslagen. Volgens al-Akhbar fungeerden de gevangenissen daarom meer als een ‘al-Qaida school’ dan als detentiecentrum.

De tweede reden voor de herleving van IS is de oorlog in Syrië. Sinds 2011 steunt president Obama uiteenlopende takfiri doodseksaders in een poging om de Syrische president Bashar al-Assad te verdrijven. Het Syrische leger was daarom genoodzaakt om zich terug te trekken. IS kon profiteren door de strijd met het Syrische leger te vermijden om zo wapendepots, oliebronnen en graanschuren te veroveren.

Conclusie
“What were they doing?” verweet Biden in zijn inmiddels infameuze lezing over de drie grootste sponsors van ISIL: Turkije, Qatar en Saoedi-Arabië. Eenzelfde vraag kan ook worden gesteld aan het Witte Huis. Washingtons’ desastreuze Irakbeleid heeft (in)direct geleid tot de groei van de Al-Qaida in Irak en de Islamitische Staat. Hierdoor is het af te vragen hoe welgemeend de intenties zijn van de Verenigde Staten. Zeker wanneer men realiseert dat de coalition of the willing bestaat uit landen die verantwoordelijk zijn voor de opkomst van de terreurgroep.

Sheker Khan.

Bron: Sheher Khan.

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Facebook

Twitter

Archief

%d bloggers op de volgende wijze: