Nieuws

De Qalamoun: van Natufische cultuur tot barbaarse terroristen


Afbeelding

Beschilderd terracotta beeldje van een vrouw. Halaf cultuur, ongeveer 5.000 voor Christus uit Chagar Bazar, ten noordoosten van Syrië. Syrië kende reeds een van Natufische cultuur met vaste nederzettingen, die teruggaat van 13.000 tot 9.800 voor Christus.

MEDIAWERKGROEP SYRIE – 20 januari 2015 – Een van de regio’s in Syrië waar hevig wordt gevochten  is de Qalamoun. Hier, in het dorpje  Qâra bij de gemeenschap van Deir Mar Yacub is  ook de Vlaamse norbertijn Daniël Maes gevestigd.

De Qalamoun (kaart) is een bergachtige streek aan de Syrisch-Libanese grens. De strook woestijn en de bergen van 120 bij 60 kilometer vormen een perfect terrein voor een guerrilla oorlog. Al betekent het Spaanse woord guerrilla dan ‘oorlogje’, kan je nog maar moeilijk van een ‘kleine oorlog’ spreken gezien het feit dat deze brandhaard al bijna vier jaar voortduurt. 

Reeds sinds maart 2011 komen via de Libanese grens tienduizenden huurlingen de Qalamoun binnen om een bres te slaan van al-Quseir tot Douma, een voorstad van Damascus. De Libanese stad Arsal, overwegend bevolkt door soennitische moslims vormt het bolwerk van deze takfiri terroristen.

Natufische cultuur

Vanaf de nabijgelegen bronnen van Ain Choaab of Ain Chaub bereikte archeoloog Bruce Schroeder van de Universiteit van Toronto in Canada in 1970 de tachtig meter hoger gelegen Natufische bergketens met hun unieke vuursteen (‘flintstone’). De Natufien hadden reeds een Natufische cultuur in deze regio van de Levant die teruggaat van 13.000 tot 9.800 voor Christus. Een bijzonder kenmerk van deze cultuur is dat de gemeenschap al vóór de invoering van de agricultuur leefde in vaste nederzettingen. De Natufiërs vormden daarmee voor de nieuwe steentijd die rond 11.000 voor Christus begon reeds de fundamenten om te stoppen als een samenleving van jagers en verzamelaars. Het gebruik van werktuigen van gepolijste steen en gebakken potten, metaalbewerking, het wiel en het schrift zouden de Levant in het neoliticum omvormen tot een vruchtbare samenleving van landbouw en veeteelt. Deze neolitische revolutie vond dus haar oorsprong in de bergketens rondom Arsal in de Levant.

Eerste landbouwers

In de hoge bergen van Libanon en de anti-Liban leefden de Natufien in dorpjes met 100 tot 150 mensen samen op maximaal één vierkante kilometer. De huizen lagen half onder de grond. Bekers met stampers, sikkels met een blad uit vuursteen en maalstenen werden door hen gebruikt voor het verwerken van granen. Wilde granen ging men al snel beschermen tegen wilde dieren en men ging naar plaatsen waar water voorradig was om de granen daar te planten.

Werktuigen van vuurstenen hadden korte lemetten die werden vervaardigd met de hulp van andere stenen. De sikkels werden gebruikt om graanstengels door te snijden. Naast het kweken van granen en het gebruik van wilde grassen werden ook werktuigen als harpoenen en vishaken vervaardigd uit been.

Hond als huisdier

De Natufien jaagden op gazellen, herten, wilde runderen, wilde zwijnen en in steppegebied op ezels en steenbokken. Opmerkelijk is ook dat de de Nutifien samenleefden met honden. Natufische vindplaatsen van 12.000 jaar oud in de Levant wijzen erop dat deze bevolking samen met hun huisdier, de gedomesticeerde wolf alias hond, werden begraven. Dat gebeurde in een verlaten woning of naast een huis in het centrum van een nederzetting. De lichamen werden languit begraven met het gezicht naar boven en soms versierd met hoofddeksels, kettingen en armbanden, gemaakt van ondermeer schelpen, kralen en tanden.

Barbaren en terroristen

Vandaag vormt dezelfde regio het toneel van barbaren en terroristen afkomstig uit meer dan honderd landen. Deze jihadisten steken de Libanees-Syrische grens over om Syrië eeuwen terug in de tijd te bombarderen. De Natufien brachten enorme vernieuwingen in de samenleving met hun cultuur van vaste bewoning en werktuigen. De terroristen kiezen dezelfde plaats uit om hun strooptocht te starten om de rijke cultuur van de Levant te vernietigen.

Emmertarwe in de Levant

De Levant of in het Arabisch Bilaad Ash-Shaam of het Morgenland is de historisch-geografische naam voor een vruchtbare sikkel nabij de Middellandse Zee. Als noordelijke grens kent deze het Taurusgebergte in Zuid-Turkije. Vanaf Hatay in Turkije loopt de Levant via Syrië, Libanon, het historische Palestina en Jordanië tot aan de Egyptische Sinaï. De Levant was de unieke plaats waar tweetarwe of emmertarwe van nature voorkwam. De voorvader van durum en kamut is historisch gezien de belangrijkste tarwesoort. De tot twee meter hoge plant zorgde voor de neolitische revolutie, de eerste landbouwrevolutie in de hele Levant.

Landbouwrevolutie

Onafhankelijk hiervan kreeg de landbouw een doorbraak in de Indusvallei in het Andesgebergte, het huidige Peru, in de bekkens van de Jangtsekiang en de Gele Rivier in China en in Midden-Amerika in het huidige Mexico. Maar voor Europa en de regio van de Middellandse Zee waren de Natufien die in de grensregio van het huidige Syrië en Libanon woonden dus diegenen die voor de enorme doorbraak zorgden op landbouwgebied en de verdere evolutie die het neoliticum zou inluiden.

Des te triester is het dus, dat heden juist deze plaats heden het bolwerk vormt om het seculiere Syrië aan te vallen en terug te storten in een teloorgang op het vlak van veiligheid, innovatie, zekerheden en algemene behoeften.

.

Afbeelding

Roze marmeren beeldje van de Syrische godin Atargatis met een staart van een vis. Godheid in verband met de schepping en de vruchtbaarheid. Platte vorm, met uitstekende details en tekenen van opbouw op de steen. Atargatis wordt verondersteld een samengestelde godheid te zijn en combineert attributen van Anath en Astarte. Het beeldje is afkomstig uit het noorden van Syrië, circa 2e millennium voor Christus. Hoogte: 6,3 centimeter.

.

Afbeelding

Syrische cultische figuur van een moeder en kind.

.

Afbeelding

Uit Tell Brak, noordoostelijk Syrië, 3.500-3.300 voor Christus. Tell Brak is de moderne naam van een enorm terrein in het noorden van Mesopotamië, dat duidelijk één van de belangrijkste steden in de regio was tijdens de late prehistorie. Monumentale gebouwen lijken te zijn herbouwd gedurende vele eeuwen. Het was op een van deze plaatsen, tegenwoordig bekend als de Oogtempel, dat de archeoloog Max Mallowan honderden van deze miniatuur beeldjes met hun uitgesproken ogen kon opgraven. Zij kunnen aanbidders, geplaatst als offers vertegenwoordigen. De beeldjes zijn gegroepeerd in vijf typen. Sommige hebben één paar ogen, met of zonder decoratie; sommige hebben drie, vier of zes ogen; sommige hebben kleine ‘kinderoog’ figuren gesneden op hun voorzijde (zoals hier), en op anderen werden de ogen doorboord. Voorbeelden van beeldjes met doorboorde ogen zijn gevonden op een aantal sites van deze periode in Noord-Mesopotamië. Recente opgravingen in Tell Brak hebben hun datum bevestigd. Hoogte: 3,5 centimeter.

Afbeelding

Uit Tell Brak, noordoostelijk Syrië, 3.500-3.300 voor Christus.

.

Afbeelding

Amoriet, ongeveer 2.400-2.000 voor Christus. Uit de regio Midden-Eufraat, Syrië. Deze juglet, met toegepaste beeldje wordt doorboord aan de basis en kan een filter zijn. Als alternatief kan het zijn gebruikt een gieter, door het klemmen van een duim over de top als het vat was gevuld met een vloeistof en dan voorzichtig terug te trekken en zo de druk los te laten. Een groot deel van de regio Midden-Eufraat ligt nu onder het water van een meer. Tussen 1963 en 1973 deed een internationale reddingsoperatie opgravingen op vele plaatsen in het gebied, dat werd bedreigd door overstromingen als gevolg van de aanleg van de Tabqadam. Deze opgravingen gaven duiding aan een opvallende regionale cultuur. In de periode van ongeveer 2.400 tot 2.000 voor Christus lijkt het noorden van Mesopotamië en Syrië te zijn gedomineerd door een aantal uitbreidingen van sites. Mari aan de Eufraat en Ebla (het moderne Tell Mardikh, ten zuidwesten van Aleppo) behoorden tot de meest belangrijke. Meer dan 8.000 geschreven kleitabletten werden ontdekt op Ebla en tonen nauw contact met Mari en geven aan dat de site een uitgebreide politieke macht kende. Contacten met steden in het zuiden van Mesopotamië waren ook significant. Aan het einde van het derde millennium voor Christus voerde koning Sargon of Naram-Sin, die heerser over Agade – één van deze zuidelijke steden – was, campagne in het noorden en vernietigd Ebla, waardoor de machtsverhoudingen veranderen. Lengte: 15,2 centimeter. Diameter: 8 centimeter.

.

Afbeelding

Syrisch-Hettitische terracotta pop. 2.000 voor Christus. Hoogte: 6 centimeter.

.

Afbeelding

Syrisch-Hettitische terracotta pop (zijzicht).

.

Afbeelding

Syrië (Tell Judeideh). Vroege Bronstijd, ongeveer 3.200-2.800 voor Christus. Laag-tin brons met zilver. Hoogte vrouw: 19 centimeter / Hoogte man: 17,8 centimeter. Onder de oudste overlevende metalen sculpturen van het oude Midden-Oosten, werden deze beeldjes opgegraven op een Vroege Bronstijd site in het noorden van Syrië, samen met vier vergelijkbare beeldjes, die allen leken te zijn gewikkeld in een doek voor de begrafenis. Gegoten in een ongewone bronzen legering, zijn deze levendige beelden naakt; de vrouw (die ooit zilveren juwelen en krullen droeg) houdt haar borsten vast en de man, die alleen maar een brede riem en een zilveren helm draagt, had oorspronkelijk kleine bronzen wapens vast. Dergelijke beelden kunnen zijn bedoeld om op magische wijze de vruchtbaarheid en mannelijkheid te verbeteren.

.

Malik Imran.

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Facebook

Twitter

Archief

%d bloggers op de volgende wijze: